Voorbeelden uit de praktijk

“De markt vraagt om duurzame smeermiddelen”

Peter DijkeVier soorten hydraulische olie en een kettingzaagolie van smeermiddelenproducent De Oliebron uit Zwijndrecht werden onlangs gecertificeerd voor Europees Ecolabel. Deze oliën zijn eindfabrikaten waarmee derden een eigen consumentenproduct kunnen maken. Klanten van De Oliebron zijn bijvoorbeeld oliemaatschappijen en oliehandelaren. “Uiteraard waren wij er zelf ook al mee bezig maar van hen kregen we ook de vraag naar Europees Ecolabel gecertificeerde oliën”, zegt Peter Dijke, Manager Purchase & Product Development.

“Al jarenlang zijn de oliën gebaseerd op onze eigen receptuur, succesvol op de markt”, zegt Dijke over De Oliebron. “Dat is best bijzonder, omdat heel veel producten kopieën zijn van andere recepturen. Dat doet De Oliebron niet en deze nieuwe oliesoorten zijn ook in ons eigen laboratorium ontwikkeld.”

Vamil-regeling
Om de klanten de mogelijkheid te geven voor de Vamil-regeling in aanmerking te komen, heeft De Oliebron onderzocht of haar biologisch afbreekbare producten dusdanig aangepast konden worden dat zij zouden voldoen aan de criteria van Europees Ecolabel. “Daarvoor hebben we een testprogramma uitgerold”, zegt Dijke. “Dat begint met een screening in ons eigen laboratorium. Daarbij hebben we gekeken naar de basisoliën en additieven, en vervolgens bepaalden wij welke grondstof eventueel vervangen zou moeten worden. Dat gebeurde in samenwerking met de leveranciers. Daarna zijn wij met de resultaten naar een geaccrediteerd laboratorium gegaan.”

In zeven maanden tijd is het proces doorlopen en zijn de vijf producten gecertificeerd. “Het is belangrijk dat via onze klanten de consumentenmarkt ervan op de hoogte wordt gebracht”, zegt Dijke. Want, als het gaat om duurzaam werken in de chemie, dan is er volgens hem nog wel een flinke slag te slaan. “Als ik mijn werk aan mijn kinderen uitleg, dan begrijpen ze niet waarom we niet als hele branche bewuster met het milieu omgaan. Dan vertel ik hun dat we al veel investeren in duurzaamheid, maar dat de eindgebruiker er uiteindelijk voor moet willen betalen.”

Verdere certificatie
De stap naar certificatie blijkt inspirerend. “Gaandeweg het proces ontstond het idee dat certificering ook op legio andere terreinen van toepassing zou kunnen zijn”, zegt Dijke. Hij noemt de scheepvaart als voorbeeld, maar ook zou gedacht kunnen worden aan bijvoorbeeld landbouw. “Als je bedenkt hoeveel bewegingen over de binnenvaart gemaakt worden, dan kan het interessant zijn om te kijken of je ook de scheepvaartolie kunt certificeren. Het water waar die schepen over varen wordt uiteindelijk drinkwater en daar wil je geen schadelijke verliessmering in hebben.” Dat idee staat bij De Oliebron nog in de kinderschoenen. “We onderzoeken of certificering voor Europees Ecolabel überhaupt mogelijk is. We nemen de productformules van onze bestaande oliën onder de loep en kijken of die geschikt zijn voor de toepassingen in de scheepvaart. Daarvoor moeten we de juiste basisolie en additieven kiezen, maar we hebben nog niet een product dat direct in aanmerking komt.” En voor De Oliebron is het belangrijkste criterium dat de olie stabiel blijft. “De olie moet aan al onze functionaliteiteisen voldoen. Eerder gaan we er niet de markt mee op.”

Naar de markt
Voor de onlangs gecertificeerde oliën is al een markt en De Oliebron gaat deze producten de komende tijd onder de aandacht van haar klanten brengen. Dit gebeurt via de digitale nieuwsbrief. “Hiermee houden wij bestaande en potentiële nieuwe klanten op de hoogte van de laatste ontwikkelingen”, zegt Dijke. “En dat doen we uiteraard ook met persoonlijke gesprekken en via onze website”.

[Publicatie uit magazine SMK-Nieuws 64, december 2010]

We kregen ook de vraag naar Europees Ecolabel gecertificeerde oliën
Terug naar overzicht