Voorbeelden uit de praktijk

Cocospotgrond valt in goede aarde

Dat je kokos kunt eten, is wijd en zijd bekend. En ook van de kokosmelk weten we dat die voedzaam en smakelijk is. Minder bekend is dat de volledige kokosnoot wordt gebruikt, zodat er geen afvalproduct overblijft. De melk en het vruchtvlees gaan naar de voedingsindustrie, de noot wordt bijvoorbeeld verkocht als brandbriket voor de barbecue. Uit de dikke schil die om de kokosnoot heen zit, worden vezels gehaald voor matten en bezems. Van de fijne restant en van de schil die nog overblijven (cocos genaamd) wordt uitstekende potgrond geproduceerd. De Cocopotgrond van Cocos-Lanka Holland is onlangs gecertificeerd met het Europees Ecolabel voor Groeimedia.

Directeur Andy van Bentem van Cocos-Lanka Holland is enthousiast over de certificering van zijn product en legt uit: “Bij professionele plantentelers is het gebruik van cocos al langer bekend. Het is een product waar veel vraag naar is. Omdat cocos uitstekend vocht opneemt heb je bij het gebruik ervan als potgrond veel minder water nodig. De tijd is rijp om het product breder in de markt te zetten. Je kunt de krant niet openslaan of er staan berichten in over ecologische en duurzame producten. Wij hebben niet alleen de professionele markt als doelgroep, maar richten ons nu vooral op de consument. Daarom verkopen we ook kleine verpakkingen. We hebben in ons assortiment vijf Europees Ecolabel gecertificeerde potgrondproducten, van 600 gram, tot 25 kilo. En er zijn nog meer duurzaamheidskenmerken: doordat de potgrond is samengeperst tot 1/7 deel van het oorspronkelijke volume, wordt meer dan 85% bespaard op de CO2-uitstoot bij transport. Daarnaast wordt door het geringere volume de opslag en overslagruimte tot een minimum beperkt.”

Van afval naar nuttig
De kokosnootproductie is een grote, goed ontwikkelde industrie. De twee productieeenheden van Cocos-Lanka Holland staan in Kuliya Pitiya en Narammala in Sri Lanka. Er werken vijftien mensen. “Het aardige is,” vervolgt Van Bentem, “dat we een afvalproduct gebruiken om er iets nuttigs mee te doen. De groene zachte schil wordt gewassen en gehakseld. Waarna de lange vezels uit de schil worden verwijderd. Het restproduct, de cocos, wordt vervolgens buiten in de zon gedroogd. Ten slotte wordt de cocos geperst in de gewenste hoeveelheid en vorm.” Een bijkomend voordeel van een kokosnoot is dat deze niet in de grond is gekweekt,” voegt Van Bentem toe. “Daardoor is de cocos een schoon en schimmelvrij product, zonder insecten, en is het onbeperkt houdbaar. Met name de cocos uit Sri Lanka staat in de telerswereld bekend als een uitstekend groeimedium en als primagrondverbeteraar.”

Van Bentem reist regelmatig af naar Sri Lanka. “Daar bekijk ik de situatie en waar mogelijk brengen we verbeteringen aan. We willen ook graag iets voor de mensen ter plekke betekenen. Daarom proberen we zo min mogelijk te automatiseren. Want daarmee ontneem je de lokale mensen een deel van hun werk, en dus hun inkomen.” Van Bentem is optimistisch over de te behalen omzet met het gecertificeerde product. “We zien nu al een grote toename in het aantal orders, en dan hebben we het behalen van het Europees Ecolabel-certificaat niet eens heel breed gecommuniceerd.”

Aantoonbaar duurzaam
Van Bentem is heel stellig in zijn motivatie om op te gaan voor certificering. “Ten eerste omdat ik mijn product niet alleen duurzaam vind; ik wilde de duurzaamheid ook aantonen. Met het Europees Ecolabel kan dat natuurlijk erg goed. Ten tweede biedt het ons een commercieel voordeel. Grote afnemers in de consumentenmarkt zoals tuincentra en doe-het-zelf-zaken, maar ook een bekende Zweedse woonwinkel verlangen dat jouw producten duurzaam zijn.”

Professionele manier
Op het proces zelf heeft Van Bentem niet veel aan te merken. “Het certificeringsproces vond ik lang duren, maar dat kan ook aan onszelf hebben gelegen. Verder heb ik niets dan lof voor de professionele manier waarop dit gebeurde. Er werden veel verschillende tests geëist, zoals op de afwezigheid van schimmels, schadelijke stoffen, zware metalen en insecten. Er werd een nutriënten- en groeitest uitgevoerd. Ook werd op een goede Ph-waarde en C/N-ratio gecontroleerd. Alles was in orde en onze producten werden in oktober 2010 gecertificeerd voor Europees Ecolabel. Hierbij zal het zeker niet blijven; we willen meer van onze producten laten certificeren.”

[Publicatie uit magazine SMK-Nieuws 65, april 2011]
 

Terug naar overzicht